Falafel is een van oorsprong Libanees vegetarisch gerecht bestaande uit gefrituurde balletjes van gestampte kikkererwten en/of tuinbonen.

Falafel wordt vooral gegeten in het Midden-Oosten. In het westen wordt falafel tegenwoordig ook in veel shoarmazaken verkocht als een vorm van fastfood. Meestal wordt het verkocht in een broodje (pitabroodje of Turks brood, met salade en saus) of als schotel (meestal met saus, salade en friet). De sauzen die meestal bij falafel geserveerd worden zijn hummus, uiensaus, yoghurtsaus, knoflooksaus of een pittige saus. In het Midden-Oosten wordt de falafel ook wel van gedroogde tuinbonen gemaakt, eventueel met een handvol kikkererwten erdoor. In Egypte gebruikt men vaak alleen bonen.

Benodigdheden (voor 4 porties)

  • 300 gr gedroogde kikkererwten
  • 1 ajuin (fijngesneden)
  • 2 teentjes knoflook (geperst)
  • 1 theelepel citroensap
  • 2 eetlepels peterselie (fijngehakt)
  • 2 eieren
  • 1/2 theelepel komijn
  • 1/2 theelepel koriander
  • 1/4 theelepel chilipoeder
  • peper en zout

Bereiding

  • Laat de kikkererwten 1 nacht weken in water, giet ze af en spoel grondig. Breng ze aan de kook in ruim water en laat gedurende 1 uur garen.
  • Giet ze af en vang het kookvocht op. Laat de kikkererwten goed uitlekken. Pureer de ajuin met de kikkererwten en 5 eetlepels van het opgevangen kookvocht.
  • Voeg de knoflook, peterselie, citroensap, kruiden en de eieren toe en zet alles goed onder elkaar.
  • Maak er balletjes van ter grootte van een pingpongballetje en druk deze lichtjes plat met de handpalm.
  • Wrijf een koekenpan in met een weinig olijfolie en bak hierin de falafel langs beide kanten mooi bruin.